Appelvink

Mijn blogs

Op deze pagina probeer ik in zelf geschreven blogs mijn bezoekers van de website mee te nemen tijdens mijn natuur en fotografie belevenissen. Scrol gerust even door naar onderen, ook de oudere blogs zijn het lezen meer dan waard.

Reageren op mijn blogs kan via het contactformulier.

Appelvink

Sinds januari van dit jaar ben ik lid van de “Vereniging Natuurfotografen Nijkerk”, afgekort de VNF Nijkerk. Dit zijn waarschijnlijk stuk voor stuk allemaal hele lieve mensen maar vanwege de Corona pandemie vervallen zowel de clubavonden als de excursies. Met andere woorden, ik heb wel de namen en rugnummers van deze lieve mensen maar nog geen gezichten erbij. Deze enthousiaste club van natuurfotografen hebben ergens op de Veluwe een fotohutje in beheer. En omdat ik het fotograferen vanuit een hutje geen straf vind, heb ik mijzelf ook direct aangemeld voor de “hut groepsapp”. Volgens de berichtgevingen in de app van de laatste dagen zijn er momenteel appelvinken voor de hut te zien. En laat de appelvink nu net één van mijn favoriete vogels zijn. Via de app reserveer ik het hutje en over een paar dagen kan ik er naar toe. 

Appelvink

APPELVINK

Aangekomen op plaats delict kijk ik eerst eens goed hoe alles in zijn werk gaat. Ik heb een instructie gekregen waar de sleutel van het slot van de hut op een veilige plek bewaard word. Dus die veilige plek eerst maar eens zien te vinden. Als ik de sleutel gevonden heb kan de kluis geopend worden. Het openen van de deur is gelukt. Ik doe een stap naar achteren en kijk bedenkelijk naar het gat waar ik met mijn “ranke” lichaam van ruim 100 kilogrammen doorheen moet om het hutje te kunnen betreden. Alvorens ik mijzelf af laat glijden in deze ondergrondse spelonk doe ik eerst mijn ding voor de hut. Ik ruim voer resten op, zet een stronkje overeind, en voer zoals afgesproken op één plek wat zonnepitten, want daar zijn appelvinken dol op. Als alles op orde is frommel ik mijzelf na binnen. Eenmaal plaatsgenomen op een comfortabele tweezitsbank geheel voorzien van een zacht verend kussen open ik één van de luikjes en steek de lens van mijn camera tussen het camouflage gaas door naar buiten. De pret kan beginnen.

Appelvink

APPELVINK

 

Zoals reeds geschreven is de appelvink met zijn voor een vinkachtige bovengemiddelde formaat één van mijn favoriete vogels. Deze vink is met zijn zeer sterke snavel de krachtpatser onder de vinken. Bijvoorbeeld een kersenpit is voor de appelvink geen probleem om te kraken. Omdat de vogels de meeste tijd hoog in de toppen van grote bomen vertoeven en redelijk schuw zijn is het niet zomaar een zekerheidje dat ze voor de hut verschijnen. Geduld is een schone zaak. Omdat de appelvink honkvast is en terugkeert naar de locatie waarvan hij weet dat er genoeg voedsel is en omdat de vogels de laatste dagen hier gesignaleerd is moet het een kwestie van tijd zijn voordat hij tevoorschijn komen.

Appelvink

APPELVINK

Mijn geduld wordt op de proef gesteld. Als eerste zijn kool- en pimpelmees voor de hut aanwezig gevolgd door een aantal vinken die elkaar de tent uit vechten. De grote bonte specht, boomklever en zelfs een glanskop zijn de volgende gasten aan het diner. Opeens hoor ik het kenmerken hoge korte “tikje” van de appelvink en het duurt dan ook niet lang voordat de eerste vogel voor de hut zit. Ik laat de vogel eerst even zich op zijn gemak voelen voordat ik mijn camera zijn werk laat doen. Al snel zitten er maar liefst acht appelvinken. Ik focus op één plek maar als zo vaak gaan de vogels juist op deze plek niet zitten. Na verloop van tijd heb ik toch een redelijk aantal foto’s kunnen maken. Het wordt al later op de middag en het licht gaat er een beetje uit dus ik besluit om te vertrekken. Ik ruim mijn camera op, sluit het luikje en frommel mijzelf als een volleerd slangenmens weer door het zelfde smalle gaatje een uitweg naar buiten. Nieuwsgierig of de gemaakte foto’s gelukt zijn loop ik richting de auto om met een mooie appelvink ervaring naar huis te rijden.

13 maart 2021.

fotohut

Zuid-Hollandse en Zeeuwse Delta

Heel langzaam begint het licht te worden als ik ’s morgens in alle vroegte na een autorit van bijna twee uur op de zanderige parkeerplaats van de Kwade Hoek mijn groene rubberen laarzen aantrek. Als beide laarzen één voor één met een ferme ruk tot onder mijn knieën zijn opgetrokken, kan mijn nieuwe avontuur beginnen. In een strak tijdschema met de precisie van een militaire operatie is dit dagje vogelen met de excellente vogelaars van Birding Scherpenzeel in elkaar gedraaid. Vanaf de Kwade Hoek gaat het met een kleine omweg richting en over de Brouwersdam, om vervolgens via enkele locaties op Walcheren uiteindelijk te eindigen bij de grauwe gorzen in Zeeuws-Vlaanderen. Kleine kanttekening, de planning is wel strak maar niet bindend. Enfin, het is waterkoud en door de dichte mist is het zicht minder dan zo’n honderd meter. Toch gaan we in dit kleine wereldje op zoek naar onze eerste doelsoort van vanochtend, de Mongoolse pieper. De Kwade Hoek is een gebied ten Noordoosten van Goedereede. Het maakt deel uit van de Duinen van Goeree, een natuurgebied op Goeree-Overflakkee in Zuid-Holland. De naam de Kwade Hoek werd vroeger ook wel als “kwaaien hoek” geschreven en verwijst naar de verraderlijke stroming en zandbanken ter plaatse waarop menig schip is vergaan. Hier fladdert sinds een week een Mongoolse pieper rond en naar deze vogel gaan we op zoek.

 
We lopen het ruige natuurgebied in en al snel blijkt dat onze laarzen geen overbodige luxe zijn. Er staan veel ondiepe en zelfs een paar diepe plassen (om nog maar niet te spreken van alle modderige poelen). We horen koperwieken overvliegen en vanuit het riet klinkt de harde roep van de cetti’s zanger. Ook de waterral laat zich vanuit de rietkraag niet onbetuigd en laat zijn kenmerkende geluid, dat klinkt als een “speenvarkentje”, horen. Als we verder lopen, wordt het gebied droger en zanderiger. Via de duinen komen we op het strandgedeelte. Hier ligt een jonge grijze zeehond te rusten. We laten het dier rustig liggen en vervolgen onze weg in noordelijke richting. Inmiddels lopen we op linie om zo de meeste kans te hebben om de pieper, waarnaar we op zoek zijn, “op te trappen”. Een mooi groepje ijsgorzen vliegt voor ons uit en ook veldleeuweriken zijn er voldoende aanwezig. Als we op het noordelijkste puntje van de Kwade Hoek zijn aangekomen lopen er op het strand onder andere enkele drieteenstrandlopers maar nog steeds geen Mongoolse pieper. Na kort overleg besluiten we rechtsomkeer te maken. Misschien hebben we op de terugweg in westelijke richting meer geluk. Omdat het al later op de ochtend is en de mist zo goed als opgetrokken is, zijn ook de rovers actief geworden. Allereerst zien we langs een bomenrij een jagende havik, en vervolgens, laag boven het duin, zowel een mannelijke als vrouwelijke blauwe kiekendief. Ze zoeken naar iets eetbaars op de grond in hun kenmerkende trage jachtvlucht, waarbij ze hun vleugels in een opvallende V vorm houden. Het einde van de terugweg is in zicht en ondanks veel graspiepers en zelfs een oeverpieper, nog steeds geen Mongoolse. Gisteren is het slecht weer geweest en is er niet gezocht naar de vogel, dus ook niet gemeld. De twijfel neem toe; is betreffende vogel nog steeds wel aanwezig? Na ruim twee uur gezocht te hebben besluiten we om terug te keren naar de auto op de parkeerplaats om vervolgens verder te gaan met ons dagprogramma. Onderweg naar de plek waar onze auto staat, wanneer we door een drassig en nat stuk lage vegetatie lopen, vliegen er watersnippen en zelfs een bokje voor onze neus op. Altijd een leuke soort, een bokje, maar zeker niet het doelsoort van deze vroege ochtend.

Drieteeenstrandloper

DRIETEENSTRANDLOPER

We vervolgen onze delta expeditie in zuidelijke richting, echter blijven we in de gemeente Goedereede. In de polder “de Oude Oostdijk” gaan we op zoek naar twee grote piepers. Aangekomen in de polder valt ons als eerste een mannetjes sperwer op. De foeragerende “brandjes” onder hem worden van de overvliegende roofvogel niet echt zenuwachtig, maar houden hem wel even in het vizier. Niet veel later vinden we eerst één opvliegende grote pieper en niet veel later komt ook nummer twee te voorschijn uit het hoge gras. Zes minuten geeft de navigatie aan naar onze volgende bestemming. Niet naar een zonovergoten tropisch onbewoond eiland, maar gewoon weer een zo groen als gras, oer-Hollands weiland met foeragerende rotganzen. We zetten de telescoop klaar en het eerste wat opvalt als we ons licht over de rotganzen laten schijnen, is een zwarte rotgans. Tenminste, dat is de eerste indruk. We discussiëren een tijdje en besluiten vanwege de zeldzaamheid van een zwarte rotgans en hybride rotgans x zwarte rotgans in te voeren -achteraf blijkt a.d.h.v. de ter plaatste genomen foto’s dat het toch een zuivere zwarte rotgans geweest is. We speuren de groep met ganzen verder af, want er zou een witbuikrotgans tussen moeten lopen. Het kost wat moeite, maar uiteindelijk vinden we ook deze vogel met een “witte buik”. Voor mij persoonlijk een eerste waarneming, in vogelaars jargon noemen we dit een “lifer”.

 

In de eerste alinea heb ik reeds geschreven over de strakke planning van deze dag en daar wordt door de reisleider niet aan getornd. Met andere woorden, we zijn alweer onderweg richting de Brouwersdam. De bruine kiekendief, die ons lurkend aan een blikje Radler 0% voorbij ziet rijden, heeft hier zo zijn eigen gedachte over. De Brouwersdam is zes kilometer lang en is het zevende bouwwerk van de Deltawerken. De dam is gelegen tussen Zuid-Holland en Zeeland en was in 1971 gereed. We doen de Brouwerdam in twee etappes: als eerste de Zuid-Hollandse kant en als tweede de Zeeuwse kant. Zoals gezegd, bouwen we als eerste ons kamp op bij het haventje, dus de Zuid-Hollandse kant. De “scopen” staan amper en direct is het al raak; twee ijseenden vliegen laag over het water en landen niet ver bij ons vandaan in het haventje. Dit allemaal onder toeziend oog van een grote mantelmeeuw die staat te rusten op een paal in het water. Terwijl we een van huis meegenomen gekookt eitje af staan te pellen, komt een ekster even kijken of er iets te halen valt. Echter de eieren met zeezout uit een potje zijn van prima kwaliteit en vinden gretig aftrek. De ekster blaast de aftocht. Voor ons op het rustig kabbelende water in het haventje zwemt een clubje middelste zaagbekken. Eén mannetje met vier vrouwtjes, wat een rijkdom. Bestaat er polygamie onder zaagbekken? Iets verder op zee, achter het strekdammetje, zitten zeven grote sterns op een soort van vlot. Je zou verwachten dat deze vogels al in warmere oorden zouden bivakkeren. Nog verder de Noordzee op, zwemmen veel roodkeelduikers, brilduikers en een verdwaalde kuifduiker. Als de administratie is bijgewerkt, want we voeren vandaag in ieder geval alle eerste waarnemingen van een soort deze dag in, kunnen we verder. We stappen in voor een verplaatsing van een paar honderd meter, waarschijnlijk de kortste van de dag. Echter wel de verplaatsing met de langste voorbereidingstijd. De anders zo punctuele chauffeur van dienst is zijn autosleutels van zijn zwarte bolide kwijt. Even, heel even maar slaat de paniek toe maar gelukkig worden de sleutels na tien minuten intensief zoeken weer gevonden en kunnen we vertrekken voor een grensoverschrijdende autorit. Inmiddels zijn we in Zeeland aanbeland, nog steeds op de Brouwersdam ten noorden van de spuisluis. Bij het open slaan van de autoportieren, zien we gelijk een rover over het water vliegen, een slechtvalk. Eenmaal goed geïnstalleerd speuren we het water af en vinden we een Luikse wafel, een geoorde fuut en een koppeltje zwarte zee-eenden, waarbij het adulte mannetje direct de felgele bovenkant van zijn snavel op valt. Een schitterende eend.

Ekster

EKSTER

Voor mijn gevoel zijn we al een hele dag onderweg, maar toch is het pas 12.30 uur als we bij de Neeltje Jans, Oosterscheldekering ons volgende doelsoort minutieus staan te bespieden. Een adulte kuifaalscholver is zich van geen kwaad bewust. De vogel zit op zijn gemak de veren te poetsen. Dit geeft ons mooi de gelegenheid om het beest eens goed te bekijken. Maar niet te lang. Het vervolg van de reis gaat via Walcheren naar Zeeuws-Vlaanderen want het is vroeg donker, dus een beetje tempo is wel geboden. Waar ik de hele dag al een beetje bang voor was gebeurd als we richting Walcheren rijden. Uit het niets volgt er een berichtenbombardement in verschillende app groepen. Als je niet wist dat de film “De slag om de Schelde” net in première is gegaan, zou je haast denken dat de opnames nog volop bezig waren op de achterbank. Waarom al deze opwinding? De Mongoolse pieper, waar we ’s morgens vroeg al een paar uur naar op zoek zijn geweest, is weer terug gevonden! Met andere woorden; Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen met de Ross’ gans, de sneeuwgans, de graszanger en de grauwe gorzen ga ik vandaag niet zien. Het begint langzaam donker te worden als ik ’s middags na een wilde autorit van een half uurtje op een zanderige parkeerplaats van de Kwade Hoek weer mijn groene rubberen laarzen aantrek. Als beide laarzen één voor één met een ferme ruk tot onder mijn knieën zijn opgetrokken kan de tweede ronde van mijn avontuur beginnen.

 

We struinen nogmaals op linie richting Noord en vervolgens weer terug richting Zuid, maar ook tijdens onze tweede poging wordt de Mongoolse pieper jammer genoeg niet gevonden, ondanks dat de vogel ergens rond vliegt, want hij is gezien door enkele bevriende vogelaars. Het gebied is ruig en heeft een groot oppervlakte De vogel weet zich hierin goed verborgen te houden. We besluiten ter afsluiting nog een rondje Brouwersdam te doen, want daar werden in de namiddag nog leuke soorten gemeld. Bij de dam scoren we, voordat het echt te donker wordt, nog als extraatje een ijsduiker waarna we besluiten de terugreis naar de Parel van Gelderland te aanvaarden. Uiteindelijk zien we deze dag in de Zuid-Hollandse en Zeeuwse Delta 86 vogelsoorten. Ik denk een mooie score, maar we missen er toch nog één. ’s Avonds tijdens het avond eten, als ik de zilverkleurige deksel van de pan haal, raadt je het nooit. Een pieper.

21 december 2020.

Brouwersdam

Engelse drop.

Het is rond zes uur op een druilerige herfstavond als ik vanwege de Corona met een zojuist door een vriendelijke jongedame schoon gemaakt winkelwagentje de plaatselijk supermarkt in wandel. Naast een kort lijstje van dagelijkse boodschappen heb ik vandaag nog een belangrijk schaduwlijstje. Morgen ga ik fotograferen in een fotohut en zo’n dag vergt ook qua catering een gedegen voorbereiding. Naast de gebruikelijke witte broodjes, flesjes drinken en gevulde koeken hoort er bij deze speciale gelegenheid ook een grote zak Engelse drop. Deze vrolijk gekleurde jongens voor het eerst geproduceerd in Sheffield, Engeland in 1899, vandaar de naam Engelse drop, zullen mij morgen de hele dag vergezellen en mij door de periodes met minder vogels voor de hut slepen.

 

Na het avondeten begint het tweede deel van mijn zorgvuldige en uitgebreide voorbereidingen. Ik zorg er voor dat ik ’s morgens voor vertrek alles in één beweging mee kan pakken en zonder verder na te hoeven denken in de auto kan springen. Mijn fototas word zorgvuldig klaar gezet, de accu’s van mijn camera worden opgeladen, een extra geheugenkaart wordt erbij gestoken en de broodjes met ham en kaas alvast gesmeerd. Ook het extra rugzakje voor de catering met onder andere de gevulde koeken en de Engelse drop wordt in het zicht klaar gezet. En als aller laatste en wellicht herkenbaar voor degene die ook de vijftig levensjaren gepasseerd zijn, een briefje pontificaal op de huiskamertafel met hierop de tekst: “koelkast”. Dit als herinnering dat ik de volgende ochtend niet met mijn duffe hoofd de reeds gesmeerde broodjes en de koude flesjes drinken uit de koelkast vergeet te pakken. Het zou namelijk niet de eerste keer zijn.

Ringmus

RINGMUS

Een van de leukste manieren om vogels te fotograferen is vanuit een fotohut. De belevenis van wat er zich allemaal voor zo’n hut afspeelt is al prachtig om mee te maken. Want niet alleen vogels komen hiervoor in aanmerking. Ook eekhoorns en andere kleine zoogdieren laten zich vaak voor een fotohut zien. Vaak van achter spiegelglas en dus zonder de vogels en dieren te verstoren is het mogelijk om ze in hun natuurlijke omgeving van dichtbij heel goed te bekijken. Er zijn openbare en verhuurbare (commerciële) hutten. De openbare zijn vrij toegankelijk en worden door meerdere personen vrij gebruikt, vaak allen om de dieren voor de hut te spotten. Ik huur een paar keer per jaar een commerciële hut met alle gemakken van dien, en dus ook zonder andere personen in de hut.

 

Deze keer is mijn oog gevallen op “Fotohut Alblasserwaard” in Groot-Ammers. Vanwege mijn fietsongeval wel met een paar weken vertraging maar de eigenaren van de hut waren zo genereus om mijn reservering door te boeken naar een nieuwe datum. Fotohut Alblasserwaard is een mooie ruime hut in, de naam zegt het al, de Alblasserwaard De fotohut is gesitueerd aan de rand van een bedrijventerrein maar dat maakt voor de vogels helemaal niets uit. Dit is wel een ander gebied dan de boshutten waar ik normaliter in vertoef, maar ik ga het zien. De doelsoorten voor vandaag zijn de buizerd, de ijsvogel en de ringmus, alle drie vogelsoorten welke regelmatig voor deze hut gezien worden, dus wie weet.

Buizerd

BUIZERD

Vanaf huis is het met de auto ongeveer een uur rijden. Gelukkig heb ik vanmorgen het briefje op de huiskamertafel niet gemist en ben ik voorzien van gesmeerde broodjes, drinken en niet te vergeten de Engelse drop als ik tegen dat het licht begint te worden arriveer in Groot-Ammers. De auto wordt vakkundig op de vooraf reeds aangegeven plek geparkeerd, het grote genieten kan dus beginnen. Echter niet voordat ik mezelf in de hut geïnstalleerd heb. Het luikje open, want deze hut heeft geen spiegelglas, de camera op de rijstzak, snel een broodje erin, een slok drinken en als laatste de grote zak met Engels drop installeren direct aan de rechterkant naast de rijstzak waar de camera ligt te wachten op hetgeen komen gaat. Laat de vogels maar komen.

 

De gebruikelijke soorten laten zich als eerste zien, koolmezen, pimpelmezen en vinken zijn direct goed vertegenwoordigd maar ook een niet alledaags soort en zeker niet voor de boshutten waar ik normaliter vertoef, de ringmus. Ik focus direct op deze prachtige mussen en probeer ze, nog even afgeleid door een Grote Gele Kwikstaart, vast te leggen voor het nageslacht. De ringmus lijkt veel op de huismus maar heeft een roodbruine kop, lichte wangen met donkere wangvlek, klein zwart befje en een witte bijna doorlopende nek rand. De rug en vleugels zijn bruin van kleur, met een witte vleugelstreep. Man en vrouw zijn gelijk. Het is nog vroeg en ik kan de verleiding van het open maken van de zak Engelse drop nauwelijks weerstaan als de merel groot alarm slaat. Alle vogels voor de hut zijn in een paar seconden verdwenen. Behalve eentje dan, want de buizerd is ten tonele verschenen.

IJsvogel

IJSVOGEL

Een schitterende grote bruine buizerd is zojuist neer gestreken voor de hut en hij laat er geen gras over groeien want hij duikt direct, en met succes, op een muis die hij dan ook in alle rust voor de hut op gaat zitten peuzelen. De buizerd is verreweg de algemeenste en opvallendste roofvogel van Nederland, die je vaak in open land ziet of zittend op een paal langs de weg. Buizerds zijn erg gevarieerd qua kleur en tekening. Van donkerbruin, zoals deze vogel voor de hut, tot bijna wit. Hij heeft zich de laatste decennia sterk uitgebreid als broedvogel en broedt ook in de lage delen van Nederland. De buizerd laat zich mooi fotograferen, ondertussen vergeet ik ook niet een graai uit de reeds geopende zak met Engelse drop te nemen, want mooie waarnemingen moet je vieren, in dit geval met Engelse drop. Doelsoort twee voor vandaag is in de pocket.

 

De buizerd heeft het prima naar zijn zin maar verdwijnt uiteindelijk weer richting de Alblasserwaard waarna het gewone leven voor de hut weer op gang komt. Als eerste keren de mezensoorten weer terug, een roodborstje komt even langs en ook drie holenduiven komen even buurten. Terwijl ik nog maar eens een graai uit de zak met de kleurrijke Engelse dropjes neem verschijnt er plots iets anders kleurrijks voor de hut, de ijsvogel. Mijn derde doelsoort, mijn dag kan dus niet meer stuk. De camera maakt overuren als de ijsvogel een zojuist gevangen vis naar binnen werkt. Helaas gaat de vogel niet op het door mij uitgekozen takje in de setting zitten, zoals zo vaak, of eigenlijk zoals altijd, laat de natuur zich niet leiden. Gelukkig kan ik foto’s maken van de kleurrijke ijsvogel. De zoeker van mijn camera laat ik even voor wat hij is als de ijsvogel met weer een ferme duik een vis uit het water hengelt, een vissende ijsvogel is de reinste netvliesdelicatesse die er is. Dit keer vliegt de vogel weg met de gevangen vis en omdat ook het licht om te fotograferen minimaal wordt besluit ik in te pakken en op te ruimen. Mijn andere delicatesse, de zak Engels drop, is inmiddels ook kopje onder gegaan. Voordat ik de auto op zoek om de terugreis te aanvaarden vouw ik de lege drop zak vakkundig op en frommel hem weg in mij rugzakje. Het was weer een mooie kleurrijke dag. 


Recensie Vogelbescherming "Vogelhut Alblasserwaard" te Groot-Ammers.

Engelse drop

Tweehonderd.

 

Het is inmiddels 10 jaar geleden dat ik op de winderige zomerdag van 7 augustus 2010 een account aanmaakte op het natuurplatform Waarneming.nl. En voor degene die dit niet weten, Waarneming.nl is het grootste platform van de Nederlandse natuur. Vrijwilligers, en dat kunnen u en ik zijn, verzamelen hierop allerlei natuurwaarnemingen. Deze informatie word verzameld en gedeeld, vervolgens kunnen deze data een instrument vormen voor natuurbehoud, onderzoek, beleid, educatie en beleving. Jaarlijks worden miljoenen natuurwaarnemingen op deze manier verzameld en gedeeld. Dit jaar zijn er al ruim 9.800.000 waarnemingen gemeld. Ik gebruikte dit platform zo nu en dan om mijn waarnemingen van vogels in te voeren. Eerlijk is eerlijk, door de jaren heen ben ik niet heel trouw geweest met invoeren. Het dieptepunt van mijn invoer carrière was wel in het jaar 2018 met maar 25 verschillend ingevoerde vogelsoorten. Nu ik mede vanwege het fotograferen meer in de natuur te vinden ben, heb ik zowaar meer waarnemingen van voornamelijk vogels ingevoerd.

Zwartbuikwaterspreeuw

ZWARTBUIKWATERSPREEUW

We schrijven woensdagmiddag 11 november als ik ‘s middags onder een waterig zonnetje naar de auto toe slenter om met een mede vogelsympathisant en tevens tijdens mijn blessure privéchauffeur de zwartbuikwaterspreeuw bij Kasteel Rosendael in Rozendaal te twitchen. De waterspreeuw staat hoog op mijn wensenlijstje en naar het zich laat aanzien is deze vogel in z’n nopjes met het heldere snel stromende watervalletje bij het kasteel. Voor ons een mooie gelegenheid om eens uitgebreid deze “zwartbuik” te gaan bekijken. Waterspreeuwen zijn strikt gebonden aan oevers van zoet water, in de broedtijd aan heldere beekjes en riviertjes. Alles aan deze vogel is aangepast aan een nat leven. Onder water gebruiken waterspreeuwen vleugels en poten om zich voort te bewegen. Hun ogen schermen ze af met een transparant membraan. De voorkeur gaat uit naar wateren met een stenige bodem. In Europa komen grof gezegd twee ondersoorten voor. In Midden-Europa leeft de roodbuikwaterspreeuw, In Noord-Europa vliegt de zwartbuikwaterspreeuw rond. In Nederland broedt de waterspreeuw niet, toch komen er in de trektijd regelmatig waterspreeuwen in ons land voor. Zo ook momenteel in het Gelderse Rozendaal. En inderdaad bij aankomst is de vogel nog aanwezig en hebben we de tijd om de vogel van gepaste afstand goed te bekijken. Deze waarneming is voor mij de eerste waarneming van een waterspreeuw en tevens de 199ste vogelsoort welke ik dit jaar in Waarneming invoer. Op naar de 200 !!!


Bosuil

BOSUIL

We laten de waterspreeuw al spetterend en spartelend achter in het heldere watervalletje. Ook het kasteel laten we links liggen als we zijnde ware ridders in ons stalen ros in volle galop onderweg gaan naar onze volgende afspraak. In het bos op de Grebbeberg hebben we de locatie van een bosuil. Nu is de bosuil natuurlijk wel een schitterend beest maar in Nederland geen zeldzame verschijning. Toch is deze twitch voor mij nog wel spannend, want stel je voor dat de uil thuis is dan zou dit mijn tweehonderdste ingevoerde vogelsoort van dit jaar zijn. Ivanhoe geeft ons “paard” de sporen en al snel knopen we de Hyundai Atos aan een boom op de parkeerplaats onder aan de Grebbenberg. We genieten van de herfstkleuren van de bomen welke prachtig zijn als we vijf minuten omhoog lopen naar de boom waar de uil zich zou moeten bevinden. De bosuil is de meest voorkomende uilensoort in Europa. Hij bewoont allerlei landschappen, variërend van loof- en naaldbos tot stadsparken en groene woonwijken, waar hij door zijn nachtelijke leefwijze niet altijd opgemerkt wordt. De bosuil broedt overwegend in boomholtes en begint al vroeg in het jaar met nestelen. Het bekendst is de bosuil misschien nog wel van de spookachtige roep van de mannetjes die dan wordt beantwoord door het vrouwtje. En we, maar vooral ik, hebben geluk de bosuil zit op zijn vaste plek in de holte van de boom te rusten. Mijn 200ste vogelsoort dit kalenderjaar is een feit. Een polonaise toepasselijk op deze elfde van de elfde is op zijn plaats, echter deze wordt vanwege alle coronamaatregelen toch maar niet ingezet. We nemen een aantal foto’s en keren naar weer een geslaagde middag huiswaarts. Op naar de 250 !!!


Kasteel Rozendael

Vale Gierzwaluw.

We schrijven zaterdagochtend 24 oktober als ik om 07.00 uur in de ochtend gewapend met verrekijker en rugzak wordt opgehaald voor een vogelrondje in de provincie Noord-Holland. De route is door één van mijn medevogelaars zorgvuldig uitgestippeld met de kanttekening dat deze gedurende de dag nog kan wijzigen mocht er onverhoopt ergens in de buurt zich een bijzondere melding voordoen. De uitgestippelde route brengt ons via de humes-bladkoning in het Noord-Hollands duinreservaat van de gemeente Bergen naar de steppevorkstaartplevier in de Groetpolder in Groet nog steeds in de gemeente Bergen. Hierna verplaatsen we ons naar de gemeente Schagen want in Groote Keeten houd een Siberische braamsluiper zich schuil in een rozebottelstruik om vervolgens en als laatste af te sluiten bij de zwarte rotgans in het buurtschap Noorderkroon, in de gemeente Hollandse Kroon.

Waar een normaal denkend mens ‘s morgen net z’n bed uit eerst een kopje thee en een beschuitje met kaas als ontbijt tot zich neemt hebben wij na bijna anderhalf uur in de auto onze eerste stop afgewerkt met een colaatje en een frikadelbroodje. Mijn moeder zei altijd al: “Je moet ’s morgens goed ontbijten jongen”. Volgens mij bedoelde ze daar geen half koud frikadelbroodje die al een uurtje op een warmhoudplaatje ligt te sudderen mee. Enfin, even later draaien we de parkeerplaats op bij het Noord-Hollands duinreservaat voor onze humes-bladkoning twitch. Voordat we uitstappen reppen we nog even over een mogelijke vale gierzwaluwen welke de laatste dagen op trek waargenomen worden. Zo’n waarneming zou voor vandaag de kers op de taart zijn, maar eerst de humes-bladkoning.


Steppevorkstaartplevier

STEPPEVORKSTAARTPLEVIER
Foto: Sven Valkenburg

We struinen samen met nog enkele andere vroege vogelaars ruim een uur door het Noord-Hollands duinreservaat, maar helaas we horen of zien de humes-bladkoning niet. Inmiddels is de wind behoorlijk aangetrokken en tot overmaat van ramp is het ook nog gaan regenen. De kans dat de vogel zich nu laat zien of horen is hierdoor minimaal geworden en we besluiten terug te keren naar de auto om koers te zetten naar ons volgende kruisje op de kaart de steppevorkstaartplevier. De chauffeur van dienst ontsteekt zijn lampen en we draaien met een ruime maar elegante bocht de provinciale weg naar Groet op. Amper onderweg een kreet (of was het toch een vloek) vanaf de achterbank. Zojuist is een vale gierzwaluw over het duinreservaat gevlogen. De droomsoort voor vandaag hebben wij op enkele minuten gemist, balen!!! We houden de moed erin, als het maar niet zo’n dag wordt zeggen we nog tegen elkaar.
 
Aangekomen in de Groeterpolder zien we grote groepen met kolganzen staan op de uitgestrekte natte weilanden. Ik noteer voor mijn jaarlijst en passant nog even een grote mantelmeeuw rustend op een lantaarnpaal langs de polderweg voordat we de raampjes van de auto opendraaien om de vogels in de polder te kunnen checken. Deze keer hebben we geluk, de steppevorkstaartplevier staat vooraan in een groep met kieviten en goudplevieren. We hebben goed zicht op de vogel voordat de hele groep de lucht in gaat om achter in het weiland weer neer te strijken. De vogel in kwestie is niet uit beeld maar inmiddels wel ver van ons weg. Mede door het drukke programma zetten we een vinkje achter de steppevorkstaartplevier en gaan we door. Op naar de Groote Keeten. 


Zilvermeeuw

ZILVERMEEUW

Foto: Sven Valkenburg

De Siberische braamsluiper in de rozebottels bij de Groote Keeten is ons volgende doel. Onderweg hier na toe doen we nog even een korte stop bij Camperduin voor de “zelf-ontdekt-lijst”. Helaas wordt er helemaal niets ontdekt, hier wordt dat lijstje dus niet langer van. Voordat we vanaf Camperduin vertrekken naar de Groote Keeten doen we op de parkeerplaats nog even een “bakkie” en zien we boven de gele rietkraag van De Putten een mooie bruine kiekendief jagen, niet super bijzonder maar rovers zijn altijd mooi om te zien maar vooral ook naar te kijken en te volgen. Het is droog maar de wind is nog meer aangetrokken als reeds gememoreerd, dit baart ons wel zorgen omdat zangers de nare gewoonte hebben om zich niet te vertonen als het te onstuimig is. In de Groote Keeten heeft men gelukkig al op ons gerekend want er is een mooie ruime parkeergelegenheid voor ons open gehouden. We stappen uit en gaan direct op zoek naar de Siberisch braamsluiper. Ook hier krijgen we een kleine teleurstelling te verwerken want verder dan enkele groenlingen die smikkelen van de rozebottels komen we niet. Helaas het tweede kruisje voor vandaag.

 

Volgens onze routekaart is het nu de beurt aan de zwarte rotgans in het buurtschap Noorderkroon. Echter, er worden een paar vale gierzwaluwen gemeld bij Vlieland en Texel en het zou best eens kunnen dat als de vogels zuidelijk door trekken ze over Den Helder gaan vliegen. De spanning stijgt want onze droomsoort voor vandaag is dichtbij. Zenuwachtig besluiten we om naar het Kaaphoofd in Den Helder te rijden. Er is een kans dat de vogels voorbij vliegen en de boot naar Texel is dichtbij, je kunt er maar beter zijn. In Den Helder staan we wachtend bij windkracht 6 over zee te turen. Ik waai bijna uit mijn stringetje maar dat mag de pret niet drukken. Ter plaatse zwemmen drie zeekoeten waarvan er eentje erg dichtbij onder de kust komt, we maken van dit buitenkansje gebruik om deze vrolijke vriend even mooi op de gevoelige plaat vast te leggen. De tijd verstrijkt en nog steeds geen vale gierzwaluwen, de spanning stijgt want er wordt momenteel een “vaaltje” op Texel gezien.

Zeekoet

ZEEKOET
Foto: Sven Valkenburg

Ik weet niet meer exact hoeveel tijd er tussen het moment van de melding van de vogel op Texel en het besluit om de boot na Texel toe te nemen heeft gezeten. Feit is wel dat ik binnen no-time samen met mijn reisgenoten sta te wachten in de rij met auto’s voor de boot naar Texel. Echter, nog voordat we onze bolide de veerboot op kunnen sturen krijgen we het bericht dat de vale gierzwaluw weer over gestoken is naar Vlieland, wat een doffe ellende. Een weg terug is er niet meer dus we brengen een bezoek aan Texel en besluiten op zoek te gaan naar de kleine vliegervanger. Deze vliegenvanger vliegt rond in het bos bij De Koog aan de westkant van Texel. Na een uur struinen door het winderige bos hebben we de vliegenvanger nog steeds niet gevonden en ook de vale gierzwaluw heeft zijn heil heel waarschijnlijk voor vandaag definitief op Vleiland gezocht. Nadat we bij Oost op Texel nog even zoeken naar een zwarte rotgans die we ook al niet vinden nemen we met behoorlijk de “P” in de beslissing om het eiland te verlaten. Wachtend in de rij voor de afvaart terug naar het vasteland zijn we zo chagrijnig dat we vergeten het gebruikelijke broodje frikadel speciaal te nemen. De klad zit er behoorlijk in.

 

De overtocht verloopt ondanks de harde wind zowel buiten maar vooral ook binnen in de auto heel erg rustig. Ik heb begrafenissen meegemaakt waar het gezelschap beter aanspreekbaar was. Vogelen, en dan het op zoek gaan naar de specialere soorten in het bijzonder is niet altijd een succesverhaal. Als het lukt is het geweldig, maar als het tegen zit kan het een frustrerende hobby zijn. Komt nog bij dat op het moment dat een vriendelijke zwoele damesstem door de luidspreker van de veerboot meld dat we de haven van Den Helder naderen er een melding komt van bevriende vogelaar op Texel dat de vogel zojuist weer overgestoken is van Vlieland naar Texel en rond hangt bij de vuurtoren. Ook de twee uur rijden naar huis is het enige geluid in de auto het geluid van de radio. Zelfs als er zelfs nog een melding vanaf Texel komt van een zeldzame woestijntapuit is een diepe zucht het enig hoorbare. We waren zo dichtbij.

 

NB. Maandag 26 oktober tijdens onze twitch naar de eerste melding in Nederland van de zwartkopzanger hebben we meerdere vale gierzwaluwen gezien. Eind goed, al goed.


Duinen

Dutch Birding Texel.

De Dutch Birding Association, afgekort Dutch Birding, is een in 1979 opgerichte stichting en heeft als doel het stimuleren en bestuderen van in het wild levende vogels en het documenteren van bijzondere waarnemingen in Nederland en België. Haar belangrijkste activiteit is de uitgave van het tijdschrift Dutch Birding Alerts. Daarnaast beheert de organisatie een landelijk systeem van Dutch Bird Alerts waarmee bijzondere vogelwaarnemingen zeer snel en efficiënt bekend worden gemaakt aan de leden. Samen met het Vogelinformatiecentrum in De Cocksdorp op Texel wordt er ook jaarlijks een Dutch Birding weekend georganiseerd. Het doel van dit weekend is om met veel vogelaars in het veld zoveel mogelijk interessante vogels op Texel te vinden. Op zaterdag 10 oktober jl. reisde uiteraard ook een kwartet aan eclatante vogelaars van Birding Scherpenzeel af naar Texel.

 

Het is al ruim na half zes in de vroege ochtend als ik als laatste van bovengenoemd superkwartet aan vogelaars wordt opgehaald. Vanwege mijn schouderblessure mag ik voorin de bolide plaats nemen. Uiteraard wordt dit genereuze gebaar van mijn mantelzorgers deze dag zeer gewaardeerd. De planning is om de boot in Den Helder van half acht te nemen, maar omdat de chauffeur van dienst vanochtend een paar minuten te lang zijn tanden heeft staan poetsen blijken we direct al in tijdnood te zitten. De verwachte aankomsttijd in Den Helder is namelijk exact om half acht. Aan de wegligging van de auto zal het deze ochtend niet liggen om tijdig bij de boot te arriveren. Buiten onze telescopen, fotocamera’s en verrekijkers is er ook proviand voor een week ingeslagen, ondanks dat we maar één dag op Texel gepland hebben. Net op tijd in Den Helder aangekomen stuurt de chauffeur zijn rijdende winkelwagen geladen met de nodige, gevulde koeken, stroopwafels en mergpijpjes vakkundig en rechtstreeks de boot op om achteraan in de middelste rij aan te sluiten. De overtocht naar het vogel-walhalla kan beginnen.

Drieteenstrandloper

DRIETEENSTRANDLOPER

De overtocht verloopt soepeltjes en al snel zetten we “voet aan wal” op Texel. Het plan is om eerst een paar uurtjes bij Paal 15 (Westerslag) over zee te gaan kijken. Onderweg naar het strand maken we gelijk kennis met een wolk van duizenden spreeuwen. Een nadere telling leert dat het er ongeveer tienduizend zijn, maar het zouden er ook maar zo een paar meer of minder geweest kunnen zijn. Bij Westerslag aangekomen parkeren we de auto, pakken ons gereedschap uit de kofferbak en lopen we met rasse schreden naar het strand. Er staat als wij het strand betreden al een batterij aan vogelaars in de striemende wind over zee te turen, helaas zijn hun waarnemingen op één hand te tellen. Gelukkig voor ons vliegt er terwijl we staan te posten een kleine jager richting zuid. Deze pakken we dan nog even mee voordat het begint te regenen, we besluiten daarom om weer de auto in te stappen. We rijden richting het noorden van Texel. Bij Dorpszicht een relatief nieuw natuurgebied worden de laatste dagen zowel rosse als grauwe franjepoot gemeld en beide vogels zouden nog ter plaatse zijn. Beide vogels zijn bij aankomst inderdaad nog aanwezig tot grote vreugde van Mathijs. Het is amper 09.00 uur en hij heeft al drie nieuwe soorten te pakken.

 

De volgende geplande stop op onze “Texel expeditie” is het boothuis van de KNRM voor de bruine boszanger. Toch pakken we nog even de steltjes bij de Volharding mee. Drieteenstrandlopers, rosse grutto’s, steenlopers en bontbekplevieren lopen hier op het slik te foerageren bij opkomend tij. Altijd leuke soorten, vooral het drieteenstrandlopertje is één van mijn favoriete. De bruine boszanger is onze volgende doelsoort. Dit “KBV-tje” laat niet direct van zich horen laat staan dat we hem te zien krijgen. Ondertussen worden we even afgeleid door een vrouwelijk vogeltje met mooie lange blonde veren. Vogelen is tegenwoordig zeker niet alleen meer voor mannen met een baard en grijze wollen sokken. Steeds vaker kom je dit soort “mooie” waarnemingen tegen. Na deze welkome afleiding, ik zit tenslotte de hele dag met drie lelijke kerels in een auto, verleggen we de focus weer naar de bruine boszanger. De aanhouder wint en uiteindelijk krijgen we na het horen van een paar roepjes ook even kort zicht op de vogel. Ondertussen dat we staan te wachten op de “brubo”, zien en horen we nog een bladkoning en ook de Europese kanaries welke hier jongen groot gebracht hebben laten zich goed bekijken. Allemaal niet alledaagse soorten en als we de overvliegende roze spreeuw ook van ons lijstje af kunnen vinken slaat de stemming om naar bijna euforisch.

Europese Kanarie

EUROPESE KANARIE

Het is nog geen 11.00 uur in de ochtend als we jubelend weer onze rijdende winkelwagen in rollen. Mooie soorten moeten we vieren en dat doen we met gevulde koeken en mergpijpjes, ook de koelbox welke tussen de twee passagiers op de achterbank geposteerd is begint in trek te raken. Vanwege de op komst zijnde regen in het noorden gaan we ons heil zuidelijker zoeken. De volgende stop op de per minuut veranderende planning is Oudeschild. De auto is nog niet gestart of de route richting Oudeschild wordt alweer gewijzigd. Onderweg naar de haven van Texel kunnen we in Polder het Noorden nog een groep van 20 toendrarietganzen zien. Gearriveerd in de polder staan er duizenden ganzen en we kunnen de toendra’s er niet zo snel uit halen. Helaas, het eerste kleine smetje op de dag is een feit. We besluiten er niet te veel tijd aan te verspillen, en door. Als we instappen krijgen we nog wel een schitterende vliegshow te zien van een groep overvliegende zilverplevieren. Terwijl een hele late rietzanger nog een deuntje zit te zingen in de aanwezige rietkraag langs de slootkant, vertrekken we definitief richting Oudeschild.

 

In augustus was ik nog in Oudeschild. De zomer was toen op zijn hoogtepunt, in het haventje was het er een gezellige drukte en de terrassen zaten met in acht neming van de Corona regels vol. Hoe anders is het vandaag, er is weinig bedrijvigheid en het haventje ligt er zelfs een beetje verlaten bij. Gelukkig voor ons zit één “gast” van Oudeschild nog op de plek waar we hem konden verwachten. De grote aalscholver zit nog steeds aan de overkant op de kade. Deze aalscholver is een ondersoort van de gewone aalscholver. We nemen snel een paar foto’s voor het bewijsplaatje en maken hierna een korte verplaatsing naar de Waddenkant van Oudeschild. Hier fladderen namelijk drie sneeuwgorsjes rond. Sneeuwgorzen zijn misschien wel de mooiste gorzen die er zijn, echt schitterende vogeltjes. Als ook de sneeuwgorzen op de gevoelige plaat vereeuwigd zijn kunnen we verder. De grote aalscholver is voor mij nieuw en voor Mathijs zijn beide soorten zelfs nieuw. De zak mini-marsjes moet er aan geloven, want nieuwe waarnemingen moet je vieren.

Sneeuwgors

SNEEUWGORS

Met één grote aalscholver en drie sneeuwgorzen in de pocket besluiten om via de oostkant van Texel de dijk omhoog te rijden en te stoppen bij de IJzeren Kaap bij Oosterend. Met de kerktoren van de NH-kerk in Oosterend vormde de IJzeren Kaap vroeger een bakenlijn ten behoeve van de schepen in vooral het oostelijk deel van d Texelstroom. De geschiedenis van het “stuk ijzer” laten even voor wat het is, wij zijn hier vooral voor een aantal futen, de roodhalsfuut en de geoorde fuut en passant nemen we ook even de normale fuut mee. We speuren met onze telescopen nog even over de Waddenzee maar kunnen niet nog iets speciaals ontdekken en besluiten ons kamp weer op te breken. De overvliegende rotganzen begeleiden ons naar de auto. Aangekomen bij de auto wordt onze planning behoorlijk in de war geschopt, er wordt een groep van zo’n 220 kleine rietganzen gemeld bij de Kogerweg. Na een korte vergadering onder het genot van een Radler 0.0 en een stroopwafel van de Jumbo besluiten we koers te zetten naar de Kogerweg. En inderdaad in het weiland op redelijke afstand maar nog steeds goed zichtbaar staat een mooie groep van ruim 200 kleine rietganzen, een mooie waarneming. En we noteren weer een nieuw soort erbij.

 

Vandaag gaat er niets boven goed overleg, na de kleine rietganzen hebben we alle bijzondere soorten momenteel op Texel wel gezien. Gaan we zelf nog op zoek naar een nieuw soort? Of nemen we de boot naar het vaste land? Tenslotte staan de roodpootvalk in de gemeente Wieringerwerf en de grote grijze snip bij Harlingen ook nog op het middagprogramma. We besluiten het eiland te verlaten en de boot naar het vaste land te nemen. Onderweg naar de boot scoren we tot grote vreugde van Erik-Jan nog een Noordse kauw tussen gewone kauwtjes. Het fuif is compleet als we al wachtende in de rij voor de boot van 15.00 uur er vier broodjes frikadel speciaal geserveerd worden. Gewoon omdat het kan.

Roodpootvalk

ROODPOOTVALK foto: Sven Valkenburg.

We gaan onderweg naar wat achteraf blijkt (voor mij in ieder geval) de mooiste waarneming van de dag te zijn. Aan de Noorderdijkweg in het natuurgebied Dijkgastweide in het noordelijke gedeelte van de gemeente Wieringerwerf vliegt een juveniele roodpootvalk. Een roodpootvalk is een fraai gekleurde vertegenwoordiger van de valkenfamilie. Roodpootvalken worden vooral waargenomen in mei en in augustus en september (meestal juveniele exemplaren). De grootste aantallen worden gezien bij krachtige, langdurig aanhoudende oostenwind. Roodpootvalken komen vaak in groepen voor en broeden soms ook in een kolonie als ze gebruik maken van oude nesten van roeken. Ze ‘bidden’ net als torenvalken regelmatig om een prooi te kunnen lokaliseren. Het exemplaar wat wij op het oog hebben is een juveniele vogel. Bij aankomst op de Noorderdijkweg worden we door een vriendelijke mevrouw de weg gewezen naar de plek van waar we de vogel het mooist kunnen zien. En laten zien deed de vogel zich. De totaal niet schuwe vogel liet ze prima bekijken en fotograferen. Het schitterende beest gaf zelfs af en toe een showtje door in de lucht te gaan staan bidden om vervolgens weer op dezelfde paal terug te keren. Het inmiddels 17.00 uur en we moeten door.

 

Het is bijna 17.30 uur als we de afsluitdijk richting Leeuwarden opdraaien. Een groep bergeenden vliegt over ons heen als we er achter komen dat we het afval van de broodjes frikadel speciaal beter niet in de koelbox hadden kunnen bewaren. De lucht die uit de koelbox komt als we besluiten nog een blikje drinken te nemen doet de binnenkant van de autoramen beslaan. De deksel zit er dan ook weer snel op. We komen aan op onze laatste vogelbestemming van de dag. In de plasjes langs de N31 bij Harlingen zit al enige dagen een grote grijze snip en deze vogel willen we graag aan ons lijstje van vandaag toevoegen. Langs de plasjes staat een mooie vogelkijkhut van waaruit we gaan speuren naar de snip. Er dobberen veel eenden soorten op de plas voor de hut, onder andere slobeenden, tafeleenden en pijlstaarten, een groep zwarte ruiters en een groep goudplevieren vliegen over ons heen en als er een slechtvalk over vliegt is de spanning bij de overige vogels op de plas voelbaar. Tot ons grote verdriet vinden we de grote grijze snip niet. Wel nog een waterral mooi zichtbaar net voor de rietkraag maar de snip laat zich helaas niet verleiden. Het begint al aardig te schemeren dus we besluiten terug te keren naar de auto op de parkeerplaats bij de ingang van het gebied.

Slobeend

SLOBEEND

Aangekomen bij de auto is het inmiddels al redelijk donker en we besluiten vanuit Harlingen terug naar huis te rijden. Omdat we vandaag geleefd hebben op koeken en ander ongezond voedsel rijden we door de Mc Drive bij Lelystad om dit te compenseren. Een uitgebreid diner vanuit een papieren zak is ons deel. Gelukkig zit er ergens als je heel goed kijkt nog een blaadje sla tussen de hamburgers verstopt voor de nodige vitamines. We maken voor de laatste keer de koelbox open om de stinkende uien weg te kunnen gooien, net als het overige afval van dit uitgebreide vijf sterrendiner voor vogelaars. Nadat we allemaal weer stevig in de gordels zitten kunnen we het laatste gedeelte van de terugreis aanvangen. Moe maar voldaan wordt ik ’s avonds door de chauffeur van dienst keurig voor de deur afgezet. Het is een schitterende dag geweest met veel vogels en misschien nog wel met meer gezelligheid. Heel veel dank aan mijn mantelzorgers van deze dag.


Bron: www.vogelbescherming.nl en www.dutchbirding.nl

Vogelaars

Huisarrest.

Het is vandaag precies twee weken geleden dat ik na een ongelukkig racefietsongeval inclusief een kort verblijf in het ziekenhuis in Amersfoort uit dat zelfde ziekenhuis ontslagen werd. Met een gebroken sleutelbeen en drie gebroken ribben rijker heb ik de afgelopen twee weken heel voorzichtig aan moeten doen. Langzaam probeer ik de draad weer op te pakken, mijn fotocamera vast houden lukt nog lang niet, maar achter mijn toetsenbord klimmen voor het schrijven van blog gaat gelukkig wel.

 

Het is inmiddels herfst geworden en zeker geen fietsweer meer. Vandaag valt er af en toe een buitje en het waait bij tijd en wijle behoorlijk. Met andere woorden een hele sombere en sobere dag waarvan ik mijzelf afvraag of vandaag überhaupt het licht nog aan gaat. Om verveling te voorkomen heb ik mijn verrekijker op de vensterbank van het raam aan de achtertuinzijde van onze huiskamer staan. In de tuin hangt een voedersilo welke ik helemaal afgevuld heb met gepelde zonnebloempitten. Vandaag eens kijken welke bezoekers ik hiermee in de tuin kan lokken. 


Koolmees

KOOLMEES

De koolmezen en pimpelmezen vliegen af en aan vanaf het moment dat ik in de vroege ochtend de voedersilo bijgevuld heb. Beide mezensoorten zijn algemene broedvogels en mijn gevoel zegt dat er dit jaar veel jongen uit het ei gekropen zijn. Deze vliegensvlugge meesjes hanteren beide dezelfde strategie, namelijk, heel snel een bezoek aan de voedersilo brengen om het “gestolen” pitje op de schutting of in de boom bij buurvrouw Hermien op te gaan zitten peuzelen.

 

De huismussen, onder het grote publiek waarschijnlijk de bekendste vogel van Nederland, hanteren een volledig andere strategie, zij komen met z’n allen tegelijk. Soms wel met tien tot vijftien in aantal. Zij bestormen echt de voedersilo al is het een fastfood restaurant en omdat er maar vier “stoelen aan tafel” van deze Mc drive zijn wordt er gestreden om het beste plekje. Dit staat in schril contrast tot een andere mussensoort in de tuin, de heggenmus. De heggenmus is één van de meest voorkomende broedvogels van ons land, maar toch bij veel mensen onbekend. Dit komt door zijn verborgen bestaan in en onder struiken en heggen. Heggenmussen vliegen niet vaak maar scharrelen vooral over de grond om voedsel te zoeken. Zo ook “mijn” heggenmus hij beweegt zich over het tuinpad en door de struiken in onze tuin en scharrelt zodoende ook zijn kostje bij elkaar.


Houtduif

HOUTDUIF

Ook altijd laag in onze tuin zit de houtduif, de grootste duif van Nederland. Vandaag helemaal alleen, maar soms ook met z’n tweeën of zelfs met z’n drieën. Zoals gebruikelijk de schutting als landingsbaan gebruikend om vervolgens op het grind onder de voedersilo te taxiën om de zaden en pitten op te ruimen welke door de mezen en mussen over boord gegooid worden. Bij het opstijgen als het werk erop zit maken ze het kabaal van een ouwe Antonov, dit komt doordat de vleugels boven en onder het lichaam tegen elkaar klappen. De Turkse tortel is een andere maar schuwere duif in onze tuin, deze in formaat veel kleinere duif is steevast niet alleen. Altijd aanwezig met zijn tweeën en ook zoals de houtduif vaak aanwezig onder de voersilo, zo ook op deze druilerige ochtend. Turkse tortels kunnen wel vijf legsels met jongen per jaar groot brengen dit maakt ze een zeer succesvol broedsoort. Voor mij prettig want ook zij ruimen keurig de zaden tussen het grind op.

 

Sinds deze week hebben we ook weer een nieuwgierige roodborst in de tuin, altijd leuk als een roodborst onze tuin uitkiest als leefgebiedje en het geeft tenslotte ook wat kleur in de tuin op deze kleurloze dag. De roodborst is niet de gehele dag zichtbaar, maar ongemerkt zit hij er vaak toch wel. Dat is anders als er een paartje spreeuwen in de tuin komen buurten, met veel kabaal en geruzie proberen zij een graantje mee te pikken uit de voedersilo, helaas voor de spreeuwen wil dit niet zo lukken en besluiten zij elders iets eetbaars te gaan zoeken. Tenslotte loopt er nog een merel driftig op het gazon heen en weer. Vanwege mijn blessure is het gras al even niet gemaaid. De merel heeft daar gelukkige geen oog voor, net zo min als voor de voedersilo en alle wat er omheen gebeurd. Hij, want het is een mannetje, speurt in het gazon naar wormen. Zijn voedsel bestaat niet alleen uit wormen, ook insecten, bodemdiertjes, bessen en fruit staan bij hem op het menu. 


Bron: www.vogelbescherming.nl

Achtertuin

Rosse Waaierstaart.

Op zondag 13 september wordt er op een ringstation in Flevoland een rosse waaierstaart gevangen. Het is de derde "rosse" ooit in Nederland !!! Voor ringonderzoek wordt de vogel geringd en vervolgens weer vrij gelaten. Een dag later, op maandag, wordt de vogel bij het wilgenbos aan de Grote Vaartweg, gemeente Almere weer terug gevonden. Inmiddels is het dinsdag al laat in de middag, de vogel wordt nog steeds in de omgeving van de Grote Vaartweg waargenomen en ik ben samen met mijn partner in crime onderweg naar het plaats delict. De eerste waarneming van een rosse waaierstaart dateert van september 2013. Destijds verbleef er drie dagen (25 t/m 27 september) een vogel in de Harger- en Pettenmerpolder, gemeente Bergen (NH). De tweede waarneming van deze dwaalgast stamt uit het jaar 2016. Ook in september (20 t/m 24 september) zwierf er vijf dagen één exemplaar rond op de Maasvlakte, gemeente Westvoorne (ZH).

Rosse Waaierstaart

ROSSE WAAIERSTAART

De rosse waaierstaart is een zangvogel uit de familie van de vliegenvangers ondanks dat de vogel hier niet op lijkt. Een rosse waaierstaart heeft meer weg van klein soort lijster. Het is een vogel die voorkomt in Zuidoost-Europa en Turkije en verder weg in West-Azië en Afrika. Het vogeltje is tussen de 15 tot 17 centimeter lang, het is een slank vogeltje met relatief lange poten, vandaar wellicht de vergelijking met een lijsterachtige. Het meest in het oog springende is zijn lange, kastanje bruine, waaiervormige staart. De rosse waaierstaart heeft een duidelijke wenkbrauwstreep en daaronder een zwarte oogstreep.

Rosse Waaierstaart

ROSSE WAAIERSTAART

In Almere gearriveerd valt het ons op dat er weinig publiek op de been is. Vanwege de Corona maatregelen is de betreffende waarneming op de website Waarneming.nl onder embargo geplaatst. Dat wil zeggen dat de ingevoerde waarnemingen van deze vogel niet zichtbaar zijn en dat scheelt heel veel “dagjesmensen”. De vogel is inderdaad nog aanwezig als we ons mengen onder de reeds aanwezige vogelaars en hij laat zich bij tijd en wijlen goed zien. Dat is altijd lekker als je er een paar fatsoenlijk foto’s van wil maken. Na twee uurtjes houden we het voor gezien en verlaten we het plaats delict om met een tevreden gevoel over de schitterende waarneming (de foto’s moeten achteraf blijken) naar huis te rijden.

Rosse Waaierstaart

Zuid-Limburg.

Of ik zaterdag zin heb om mee te gaan naar Zuid-Limburg? Er zitten namelijk een paar leuke vogelsoorten en er “moeten” een paar vlindersoorten aan bepaalde jaar en levenslijstjes toegevoegd worden. Alle reden dus om in de auto te stappen en er even heen te rijden. Ik check vlug mijn agenda en eigenlijk net zo vlug als ik mijn agenda check bevestig ik dat ik mee ga. De voorpret kan beginnen. Doelsoorten voor dit zuidelijk uitstapje zijn de grijze wouw, het tijgerblauwtje, de roodbuik waterspreeuw en de gele luzernevlinder, op de weg terug richting het noorden en als de tijd het toe laat een koereiger en de juveniel roodpootvalk bij Arnhem. Ik vraag snel nog even of ik iets bijzonders mee moet nemen, maar als het antwoord gevulde koeken, mergpijpjes en stroopwafels is en de volgende opmerking is dat de witte bolletjes alleen gesneden en met boter gesmeerd hoeven te zijn want de kroketten doen we er onderweg wel tussen weet ik genoeg en trek hierin mijn eigen plan.

 

Als afgesproken wordt ik keurig om 07.05 uur voor de deur van mijn huis opgepikt en kan de reis richting het Zuiden des Lands beginnen. De eerste uitdaging word de grijze wouw bij Sibbe, welke voor mij een eerste waarneming in Nederland van deze soort zou betekenen, best wel spannend. De reis verloopt voorspoedig en na ruim twee uur sturen draaien we een typisch Limburgs heuvelachtig landweggetje op. Na zo’n tweehonderd meter op het met grote kiezelstenen bezaaide smalle weggetje komt de auto plots tot stilstand. Vanuit de auto vinden we de vogel al rustend op een kale tak hoog in een grote zomereik op zo’n 100 meter afstand vanwaar de auto plots tot stilstand kwam. De grijze wouw komt algemeen voor in Afrika, maar lijkt langzamerhand bezig aan een opmars richting Europa. Hij broedt al in Spanje en ook noordelijker wordt hij steeds vaker waargenomen. Het is een kleine wouw die wel iets weg heeft van een boomvalk. Maar rustend is hij met zijn licht grijze verenpak en het rode oog onmiskenbaar. We willen wachten totdat de vogel gaat jagen, maar helaas, aan het aflikken van zijn poten verdenken we de vogel ervan dat er vanmorgen al een muis gegeten is en laten we de wouw, terwijl de geelgorzen ons om de oren vliegen, voor wat het is. Terwijl we hebben staan kijken bij de grijze wouw noteren we nog wel even een jagende bruine kiekendief, een lachende groene specht en een krijsende torenvalk. Met een overvliegende buizerd en de zingende veldleeuwerik nemen we afscheid van dit mooie plekje.

Kleine Vuurvlinder

KLEINE VUURVLINDER

Onze volgende twitch is een veel lastiger opgave, de roodbuik waterspreeuw. In het Geuldal wordt sinds enige dagen op verschillende locaties rond Valkenburg en het riviertje de Geul een roodbuik waterspreeuw gemeld. We hebben om te beginnen twee plekken geselecteerd waar de spreeuw al vaker gesignaleerd is en gaan na een korte verplaatsing en een gevulde koek op zoek. Waterspreeuwen zijn strikt gebonden aan oevers van zoet water. Alles aan deze vogel is aangepast aan een nat leven. Zijn voorkeur gaat uit naar beekjes met een stenige bodem. Aangekomen bij de eerste zoek locatie vinden we een grote gele kwikstaart, ook een hele mooie vogel, maar niet degene waar we naar op zoek zijn. Helaas, op de eerste plek vinden de waterspreeuw niet. Vol goede moed vertrekken we naar de volgende plek. Hier aangekomen controleren we de stroomversnellingen en de stenen in het water vanwaar de vogel foerageert op larven van ongewervelden die in het zuurstofrijke, snelstromende water leven. Een waterspreeuw foerageert door onder water te duiken en te zwemmen met poten en vleugels en vindt zijn voedsel vaak door steentjes en kiezels om te draaien. Helaas tot onze grote teleurstelling vinden we ook hier de vogel in kwestie niet en besluiten we onder begeleiding van het geluid van een roepend vuurgoudhaantje in de toppen van de bomen en onder druk van ons strakke tijdsschema enigszins teleurgesteld verder te gaan.

 

Wat nu komt is een hele nieuwe ervaring voor mij en er wordt gezegd dat ik het beter tegen niemand kan zeggen. We gaan “vlinderen”. Mijn medestrijders deze dag houden er naast een vogellijst ook een vlinderlijst op na en daar ontbreekt nog het tijgerblauwtje, één van de hoofd redenen van ons bezoek aan het Limburgse land. Vlinderen dus !!! En dan bedoel ik niet vlinderen zoals het op verschillende Nederlandse datingsites wordt gebruikt als term voor mensen die vaak van partner wisselen op deze datingsites. Nee, vlinderen is in ons geval gewoon op zoek gaan naar vlinders, zoals gezegd het blijft onder ons.

 

We bevinden ons nog steeds tussen Maastricht en de Belgische grens. Daar in de Limburgse heuvels verscholen ligt het plaatsje Sint Geertruid. Hier aan de rand van een nieuwbouw wijkje is een territorium van enkele tientallen voor Nederland zeldzame tijgerblauwtjes gevonden. Het tijgerblauwtje is een trekvlinder uit het zuiden die af en toe en tegenwoordig steeds vaker in Nederland wordt waargenomen. De vliegperiode van dit kleine vlindertje is van half augustus tot half oktober. Gelukkig gaat het vinden van deze vlinder een stuk gemakkelijker dan de waterspreeuw en dat geeft de burger na twee teleurstellingen weer moed. Het fotograferen daar en tegen is een stuk lastiger. Het is een zonnige dag, en de vlinders zijn al goed opgewarmd en nemen nauwelijks de rust om even te gaan zitten. Gelukkig, een kleine vuurvlinder ziet wel dat ik mijn macrolens opgeschroefd heb en is zo vriendelijk om zich te laten vereeuwigen. We blijven nog even rondhangen en noteren en passant nog staartblauwtje, klaverblauwtje, icaresblauwtje en een atalanta om vervolgens onder het genot van een gevulde koek onderweg te gaan naar onze volgende afspraak.

Bruinrode Heidelibel

BRUINRODE HEIDELIBEL

De volgende soort van de dag is de gele luzernevlinder. Deze vlinder ontbreekt nog op één van de levenslijstjes, en omdat we er nu toch zijn pikken we deze gele vlinder gelijk even mee. De gele luzernevlinder is een schaarse trekvlinder die in wisselende aantallen per jaar in Nederland, maar vooral in Zuid-Limburg, wordt waargenomen. Onder het genot van een Luikse wafel en nog maar een gevulde koek gaan we onderweg naar de plek waar we deze vlinders kunnen verwachten. Als een volleerd Dakar rallyrijder manoeuvreert de chauffeur van dienst zijn bolide over het slechte weggetje om uiteindelijk bij de gele luzernevlinder te komen. Het mooie gele vlindertje wist kennelijk dat er hoog bezoek op komst was want het kwam ons al tegemoet fladderen, wil je het nog makkelijker hebben? Ook hier hangen we een tijdje rond. Ik noteer nog een klein koolwitje en maak vrienden met een bruinrode heidelibel om vervolgens onder het genot van weer een gevulde koek de auto in te kruipen. De tijd dringt en we besluiten om richting het Noorden te rijden, onderweg proberen we nog een koereiger te spotten maar de kleine witte vogel weet zich goed te verstoppen tussen de koeien of is gewoon weg niet meer ter plaatse. Helaas het laatste is het geval.

 

Het is uiteindelijk een lange dag geworden met voor mij persoonlijk de grijze wouw als een nieuwe soort in Nederland en een mooie vlinder ervaring rijker. Mijn vlinder levenslijst is in één klap ontploft want ik heb een paar mooie soorten gescoord. Erg jammer dat zowel de waterspreeuw als de koereiger niet gelukt zijn, maar gelukkig laat de natuur zich niet leiden. Bij het uitstappen als ik weer keurig thuis afgeleverd wordt na een warme dag Zuid-Limburg krijg ik tussen neus en lippen door nog wel de vraag: Lust je nog een gevulde koek?

Zuid-Limburg

Birding Scherpenzeel.

Sinds kort ben ik toegevoegd aan de WhatsApp groep van “Birding Scherpenzeel”. Een klein aantal elitaire vogelaars uit het dorp welke elkaar op de hoogte houden van het ornithologische wel en wee van onze mooie groene gemeente. Ondanks alle goede bedoelingen was ik nog niet met deze (vooral) jongelingen op stap geweest. De enige activiteit waar ik tot nu toe bij betrokken ben geweest is de jaarlijkse en deze keer 1,5 meter afstand BBQ bij één van de deelnemers op zijn dakterras. Met andere woorden tot dusver heb ik meer karbonades met deze vogelaars gegeten dan daadwerkelijk veren gezien.

 

Het is zaterdagmiddag, mijn klussenlijstje is zo goed als afgerond als ik moe maar voldaan op de stoffige bank in de woonkamer neer plof. Net als ik besluit om een broodje pindakaas te gaan smeren zie ik een berichtje in de app. “EJ en ik gaan zo even buurten bij de “morinellen” op het Kootwijkerzand”. Of ik zin heb om mee te gaan? Het broodje pindakaas laat ik voor wat het is en ren naar boven om verrekijker en fotocamera te verzamelen, weer beneden check ik de accu van mijn camera en plof weer even neer op dezelfde stoffige band in de woonkamer. Dit keer met klotsende oksels van het traplopen en van de adrenaline van hetgeen komen gaat. Binnen het uur zit ik opgevouwen in een Volkswagen Polootje richting het Kootwijkerzand

Morinelplevier

MORINELPLEVIER

De morinelplevier is voor Nederland een zeer schaarse doortrekker, die vooral in het voorjaar op vaste pleisterplaatsen op uitgestrekte akkers wordt gezien, dit zijn dan broedvogels van noordelijk gelegen gebieden. Vooral jonge vogels zijn vaak redelijk tam en gemakkelijk te benaderen. Alhoewel ik de soort weleens eerder gezien heb, onder andere op Texel, blijft een morinel een mooie en welkome aanvulling op mijn jaarlijst. De reis verloopt voorspoedig, na een half uurtje ontvouw ik mezelf weer uit genoemde auto en voordat ik het weet struin ik met zweet in mijn bilnaad over het Kootwijkerzand op zoek naar de morinelpleviers. De jongens hebben hun huiswerk goed gedaan want binnen no-time worden we door nog een zestal vogelaars verwelkomd welke reeds bij de morinellen aanwezig zijn.

 

Het avondzonnetje staat mooi in onze rug dat is altijd fijn bij het fotograferen en ook de morinellen werken goed mee, en dat is nog fijner. De drie aanwezige eerste kalenderjaar vogels zijn totaal niet schuw en laten zich redelijk gemakkelijk op de gevoelige plaat vereeuwigen. Hierbij blijkt dat mijn militaire dienstplicht niet helemaal voor niets is geweest, als een volleerd militair tijger ik met mijn camera vooruit duwend, alsof het mijn uzi van destijds is, door het mulle Kootwijks zand. Na een uurtje liggen rollebollen over deze zanderige grond is het mooi geweest, want de jongens willen nog verderop.

Morinelplevier

MORINELPLEVIER

We lopen over de zandheuvels van het Kootwijkerzand terug naar de auto, tegelijkertijd checken we op het kleine beeldscherm van onze fotocamera’s met enige tevredenheid de gemaakte foto’s. Eenmaal in de auto stellen we de navigatie in richting Soesterberg, alwaar duinpiepers te bewonderen zouden zijn. Eenmaal in Soesterberg aangekomen zegt een bijna teleurgestelde stem vanaf de achterbank: “Dupi’s gedipt”. Ik ben nog niet helemaal thuis in deze vogelaars straattaal. Dus ik vraag: “Dupi's gedipt”? De dupi van duinpieper haal ik er nog wel uit, maar gedipt? Iets met chips? Een nadere verklaring leert mij al snel dat de duinpiepers er tussenuit zijn gepiept en niet meer ter plaatse. Helaas, maar niet getreurd. Razend snel schakelen mijn medepassagiers van duinpiepers naar hop. En voordat ik met mijn ogen heb kunnen knipperen is de navigatie ingesteld op Vianen daar fladdert de hele week al een hop rond.

 

In Vianen aangekomen lopen we naar het terrein waar de hop steeds gesignaleerd word en na enige tijd zoeken vinden we de vogel, eenvoudig herkenbaar aan zijn licht rozebruine verenkleed met zwart-wit gebandeerde vleugels en met een beetje geluk zijn grote kuif, als een indianentooi. Het is aan het schemeren en de vogel vliegt weg, helaas geen kans voor een foto maar wel een super waarneming. Omdat de vogel  bij een tweede ontmoeting over het kanaal buiten zicht wegvliegt besluiten we definitief terug te keren naar de auto. Het is al donker geworden als ik uiteindelijk weer neer plof op de stoffige bank in de huiskamer, in plaats van een broodje pindakaas besluit ik deze keer, ondanks dat de dupi’s gedipt waren, de twee super mooie waarnemingen te vieren met twee overheerlijke koude flesjes bier. 

Kootwijkerzand

Zwarte ooievaar twitch.

Zwarte ooievaars zijn in Nederland vrij zeldzaam en op de Waddeneilanden al helemaal. Toch heb ik mijn eerste zwarte ooievaar op een Waddeneiland gezien. Op 9 oktober 2012 stond er om 17.20 uur (volgens mijn invoer op waarneming) een juveniele exemplaar bij Dijkmanshuizen op Texel. In 2015 heb ik op Lesbos een ontmoeting met meerdere volwassen vogels, en in 2019 dichter bij huis stond er eentje tussen Scherpenzeel en Achterveld in een weiland te zoeken naar kikkers en muizen. Maar dat waren dan ook wel mijn enige drie ontmoetingen met deze statige vogel.

 

Zwarte ooievaars zijn grote fraaie vogels. Ze hebben zwarte vleugels, nek en staart. Een helderwitte buik en borst. Rode poten en een rode snavel. Juveniele vogels hebben nog geen rode snavel en ook geen rode poten. In augustus is de grootste kans om zwarte ooievaars op doortrek te zien. Vaak gaat het dan om niet-geslachtsrijpe dieren, die tijdens hun omzwervingen ons land bezoeken. Soms blijven vogels in de zomer in Nederland hangen. Een broedgeval is nog niet aangetoond.

Zwarte Ooievaar

ZWARTE OOIEVAAR

Vanwege mijn zomervakantie (in augustus) verblijf ik twee weken op Texel. Dus heb ik de zwarte ooievaar op mijn gebruikelijke “lijstje van wenssoorten” voor deze vakantie gezet. Ik hou alle meldingen van de zwarte ooievaar goed in de gaten, en toch zie ik te laat dat er juveniele “zwooi” bij het gebied “De Nederlanden” gesignaleerd is. Te laat? Ja, ik ben zodra ik de melding zag nog in de auto gesprongen en er heen gereden, maar bij aankomst was de vogel al gevlogen. Hij had zich in een bijna drooggevallen poeltje tegoed gedaan aan kikkers en kikkervisjes om vervolgens verstoppertje te spelen.

 

Een dag later krijg ik weer een kans Marc Plomp van het Vogelinformatiecentrum in De Cocksdorp meld die ochtend een juveniele zwarte ooievaar bij Allo. Ik was er die ochtend zoals gebruikelijk al vroeg uit en kom net terug op de camping. Maar nog voordat de koffie uit het Senseo apparaat de bodem van mijn mok kan raken ben ik alweer weg. Altijd spannend “twitchen”, want op het moment dat ik van de camping af rijd is de vogel wellicht alweer op de wieken.

Zwarte Ooievaar

ZWARTE OOIEVAAAR

Uiteraard hou ik mijzelf keurig aan de geldende snelheidslimieten, want als ik brokken maak mis ik de vogel sowieso. Aangekomen op de bewuste plek zie ik nog niets. Het is nog zo’n 500 meter lopen naar het vogelkijkscherm maar het lijkt wel 5.000 meter. Als ik bij het scherm aan kom staan er twee niets vermoedende toeristen door de gaten van het scherm te turen en zien mijn zenuwachtig het gebied af speuren. “Heeft u deze zwarte lepelaar al gezien?” vraagt de aardige meneer terwijl hij door een gat in het kijkscherm wijst. Zwarte lepelaar? Gevonden!!! In een uithoekje van de waterplas voor het vogelkijkscherm stond een juveniele zwarte ooievaar en verderop in het weiland aan de rand van dezelfde plas stond zelfs een tweede. Het is 8 augustus 2020, 10.30 uur als ik beide vogels invoer op Waarneming.nl.

 

Als ik de vogel welke het dichtstbij staat nader bekijk zie ik dat deze ring dragend is. Een witte ring met de zwarte letters “FOVV”. Hierdoor weet ik nu dat hij dit voorjaar in Nationaal Park Lorraine in Noord Frankrijkuit het ei gekomen is. En daar op 27 mei geringd is. Mogelijk is hij met de warme zuidwesten wind van het moment hierheen geblazen. Ik neem ruim de tijd om beide ooievaars te bekijken en vergeet er ook niet een paar foto’s van te maken. Terug bij de auto bel ik eerst met het Grieks-Restaurant “Yamas” in De Koog om een tafeltje voor twee te reserveren. Want een geslaagde twitch moet je vieren. Terug op de camping is de koffie niet meer aan mij besteedt, het is tijd voor een overheerlijk Texels biertje. Proost!

Vuurtoren Eierland Texel

Zeehondentocht.

Kamperen op een boerencamping heeft zo zijn eigenaardigheden. Op de camping waar we op Texel verblijven kraait zoals op vele Nederlandse boerenerven al voor zonsopkomst de haan. Dit is over het algemeen vroeg en geen probleem maar vooral te overzien. Echter, wij hebben te maken met een uitsloverige koe op onze camping die al voordat het licht begint te worden en voordat de haan de kans krijgt om zijn snavel open te trekken luidruchtig staat te loeien. Nog steeds geen probleem. Alleen deze iets te enthousiaste melkfabriek staat exact achter onze caravan, het is alsof mevrouw bij ons in bed ligt. Enfin, we zijn vandaag al vroeg wakker. Dat komt dan weer mooi uit want vandaag staat de zeehondentocht op het programma.

 
In Oudeschild, want daar start onze zeehondenexpeditie, aangekomen parkeren we de auto en lopen direct naar de plaats van waar de speedboot van “Het SOP” ons naar de zeehonden zal brengen. Vanwege een Wit-Russisch passagierschip welke vanwege zijn enorme lengte achteruit de haven uit laveert wachten we nog even met het vertrek. Als dit ruim honderd meter lange bootje uiteindelijk de haven uitgang heeft gedeblokkeerd kunnen ook wij ook het ruime sop kiezen. Eenmaal buitengaats geeft schipper Rutger een dot gas en varen we “fullspeed” richting de zeehonden.

Grijze Zeehond

GRIJZE ZEEHOND

We varen richting de Razende Bol een zandplaat ten zuidenwesten van Texel. Bij de zandplaat aangekomen liggen onze vriendelijk vrienden en vriendinnen al op ons te wachten. Sinds 2000 leeft hier een groep grijze zeehonden van ongeveer vijftig dieren. Grijze zeehonden zijn echte bikkels. Ze zwemmen rustig van de Waddenzee naar Engeland en weer terug. Ze zijn ook minder schuw en veel nieuwsgieriger dan de gewone zeehond. De jongen worden midden in de winter geboren op rustige zandstranden of droge zandruggen in de Waddenzee. De gure winterwind giert ze daar om de oren, maar gelukkig hebben de stoere pups de eerste weken een dikke witte winterjas.

In het waddengebied leeft ook de gewone zeehond. Deze zeehonden zijn het meest voorkomend in de Waddenzee. Als je in hun mooie ronde glazige zwarte ogen kijkt zou je het niet zeggen maar de gewone zeehond is een wild roofdier. Met hun scherpe tanden en gestroomlijnd lichaam zijn zij uitstekend uitgerust om op vis te jagen. In tegenstellig tot de grijze zeehond worden de jongen van de gewone zeehond in de zomer geboren. Op de zandplaten van de Waddenzee liggen ze te zonnen en te rusten en in de zomermaanden worden hier ook hun jongen gezoogd. Het aantal gewone zeehonden groeit de laatste jaren gestaag. 

Grijze Zeehond

GRIJZE ZEEHOND

Een klein uurtje dobberen we om de zandplaat en de zeehonden heen, de nieuwsgierige jonge zeehonden komen redelijk dichtbij de boot en zijn zo goed te bekijken. Als de aandacht een beetje afdwaalt van de zeehonden en ook de kinderen van beide gezinnen op de boot het wel gezien hebben. Besluit schipper Rutger om terug te keren naar Oudeschild. Niet voordat hij nog een plastic kistje met brood tevoorschijn tovert en de kinderen op de boot al varend de meeuwen mogen voeren. En de meeuwen wisten dit natuurlijk allang vandaar dat ze zich met grote getalen om de boot verzamelden.

 

Na een half uurtje varen zijn we weer terug in de haven van Oudeschild, waar we nog net getuige zijn van het uitvaren van de garnalenkotter de TX10. Voorzichtig laveert schipper Rutger de boot naar zijn vaste stekkie in de haven en nadat de boot vastgelegd is kan de loopplank uit. Met weer een ervaring rijker nemen we afscheid van schipper Rutger. We zoeken onze auto op en keren terug naar de camping. Inmiddels is de luidruchtige koe ook weer tot rust gekomen. Mevrouw wilde gisteren niet gemolken worden en voor straf had de boer haar beloning ingetrokken. Mevrouw was daar een beetje verbolgen en gepikeerd over en besloot daarom een nachtje herrie te schoppen. Inmiddels is de rust op de camping wedergekeerd.

Het Sop Oudeschild

Oudeschild.

Veel mensen slapen uit als ze genieten van hun welverdiende vakantie. Ik ben in de vakantie meestal een vroege vogel, zo ook deze vakantie, voordat Texel ontwaakt ben ik al op pad. Vanmorgen gaat de reis helemaal naar het zuiden van Texel en wel naar Oudeschild. Het doel van deze ochtend is het fotograferen van meeuwen. Hiervoor heb ik de haven van Oudeschild uitgekozen. De haven van Oudeschild is de enige bruikbare haven van Texel, gelegen aan de oostkant van het eiland. Het is tevens de thuishaven van de vloot Texelse Noordzeekotters, deze liggen in de weekenden in de vissershaven aangemeerd. Op zoek naar meeuwen dus. Plat gezegd zijn meeuwen vrij grote vogels meestal grijs of wit en worden gekenmerkt door hun vaak schelle en krijsende roep. In de meeste gevallen betreft het de zilvermeeuw, kleine mantelmeeuw, kokmeeuw of stormmeeuw.

 

Het is een schitterende ochtend. De zon komt omhoog uit de Waddenzee en de aanwezige grondmist maakt het plaatje helemaal compleet. Onderweg naar Oudeschild stop ik tot twee maal toe om te proberen een buizerd op te foto te zetten. Maar net zo vaak als ik stop vliegen de buizerds weg. Beide hebben geen zin om als model te dienen. Als ik het verderop nog één keer tevergeefs probeer bij een mannetje van de bruine kiekendief welke zich zit op te warmen in de ochtendzon besluit ik het op te geven en door te rijden naar Oudeschild.

Zonsopkomst Grondmist Texel

ZONSOPKOMST MET GRONDMIST

Gearriveerd in de haven van Oudeschild ga ik op zoek naar meeuwen, die in tegenstelling tot de rovers onderweg, wel op de foto willen. Het is niet altijd direct raak, zo ook deze ochtend. Het aantal meeuwen valt ontzettend tegen, en even poseren voor de foto is er al helemaal niet bij. Uiteindelijk vind ik een gewild “slachtoffer”. Aan de kade ligt de TX 3, een groene puls kotter met de naam Biem-Jan. Deze boot is in 1998 gebouwd in Gdansk (Polen) de thuishaven van deze kotter is Oudeschild. Voor deze boot staat een jonge zilvermeeuw op de kade te wachten wat de dag hem gaat brengen. De eerste foto maak Ik zittend vanuit de auto pas wanneer blijkt dat de vogel geen aanstalten maakt om te vertrekken besluit ik om het buiten de auto te proberen. Heel voorzichtig open ik het autoportier en laat mijn “atletische” lichaam langs de auto op de grond zakken om vervolgens met enige moeite languit evenwijdig aan de auto terecht te komen. Vanuit deze positie kom ik oog in oog met de meeuw en kan ik deze met op de achtergrond het groene van TX 3 vereeuwigen.

Zilvermeeuw

GERINGDE ZILVERMEEUW

Als ik weer met het nodige gebrek aan souplesse overeind gekomen ben en de foto op het scherm van mijn camera check zie ik dat de vogel ring dragend is. Om de linker onder poot draagt de vogel een gele ring met zwarte inscriptie “X94J”. Het blijkt een in Duitsland geringde vogel te zijn. Wereldwijd worden vogels geringd voor onderzoek. Dankzij dit ringonderzoek zijn we over veel vogels van alles te weten gekomen. Over hun trekgedrag, hun lichaamscondities op verschillende momenten van het jaar en hoe oud ze worden. Omdat het aanbod van meeuwen aan deze kant van de haven minimaal is besluit ik mijn geluk aan de ander kant te proberen. Maar als zo vaak laat de natuur zich niet leiden. Helaas de meeuwen die er zijn verblijven op te grote afstand voor een goede foto en de witte kwikstaart welke even naast mij neer strijkt heeft er evenmin zin in. Vanmorgen zit het er niet echt in daarom besluit ik mijn “meeuwenexpeditie” te staken en terug te gaan naar het basiskamp ten noorden van De Cocksdorp. Daar staat ongetwijfeld de koffie op mij te wachten, dat is wel een zekerheidje.

Haven Oudeschild

Toiletpapier.

Op de eerste pagina van mijn website schrijf ik in de aankondiging dat ik in mijn blogs iedereen deelgenoot wil laten maken van mijn natuur en vogelbelevenissen. Natuurbeleving is, als je er oog voor hebt namelijk ieder moment. Dan is het alleen nog de kunst om deze gebeurtenis “op papier” te krijgen. Zo ook deze middag. Ik ben met spoed onderweg naar het toiletgebouw en zoals dit behoort op een camping met een rol toiletpapier onder mijn arm. Gelukkig staan we op een kleine camping dus is de afstand naar het toiletgebouw niet heel erg ver.

 

Toch wordt onderweg op deze korte afstand mijn aandacht getrokken door het liedje van een combinatie van trillers en heldere klanken. Een winterkoning laat van zich horen. Het winterkoninkje is één van de meest algemene broedvogels van Nederland alhoewel je dit bijzonder kleine vogeltje met zijn luide zang en zijn karakteristieke opgerichte staart niet veel te zien krijg is hij wel degelijk aanwezig. Zijn zang verraad dit vaak. Dit “campingwinterkoninkje” vliegt met snelle vleugelslagen laag boven de grond van struik naar struik voor mij uit. Dit is het kenmerkende vlieggedrag van dit vlugge vogeltje. 

Winterkoning

WINTERKONING

Na een kleine pauze vervolg ik mijn weg over het campingterrein. Ik loop met rasse schreden voorbij de schommel en de houten wipwap. Ook de trampoline, hoe aanlokkelijk ook, laat ik links liggen. Het sanitair gebouw is in zicht. Voordat ik naar binnen stap wordt nog een keer mijn aandacht afgeleid van hetgeen ik van plan ben om te doen.

 

Een roodborst houd de wacht in de hoge struik strak naast het sanitair gebouw. Dit vogeltje is in het algemeen totaal niet schuw en laat zich goed bekijken, zo ook dit exemplaar. Een roodborst is van nature erg nieuwsgierig dus even dacht ik nog wie staat wie nu te bekijken? Tegen soortgenoten zijn deze mooie aandoenlijke vogeltjes wel erg agressief en verdedigen ze fel hun territorium. Ze tonen daarbij hun rode borstveren. Helaas ik moet door want “de druk” wordt te hoog.

Roodborst

ROODBORST

Op de terugweg naar onze caravan weer slalommend tussen schommel, wipwap en trampoline bedenk ik dat er 15 tot 25 meter papier op een rol toiletpapier zit. Dat is ongeveer de hoogte van drie giraffes. De roodborst houd nog steeds de wacht bij het toiletgebouw en het winterkoninkje vliegt nog steeds zenuwachtig heen en weer van struik naar struik. Het maakt hen helemaal niets uit hoeveel meter papier er op een rol toiletpapier zit. Feit is wel dat hij een stuk korter geworden is.

WC Papier

Vuurwerk !!!

Het is amper zes uur in de ochtend als ik vol goede moed mijn te korte caravan bed uit stap. Vanmorgen heb ik maar één missie: Het fotograferen van de Europese kanarie. Rondom het boothuis aan de Volharding van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) De Cocksdorp zwerft al een paar weken een paartje van deze vogels rond. Ik heb nog twee weken te spenderen op het eiland maar een foto van deze schaarse broedvogel kan je maar beter “in de pocket” hebben. Als ik de tent uit stap heb ik direct zicht op de vuurtoren van Texel. Er hangt een donkere dreigende wolkenlucht boven de vuurtoren, voor mij nu niet zo’n probleem want ik ga, ondanks dat de afstand naar het boothuis maar vijfhonderd meter is met mijn mobiele schuilhut. (lees: auto)

 

De Europese kanarie is eigenlijk een Zuid-Europese soort. Ons land is voor deze soort het noordelijkste gedeelte van zijn verspreidingsgebied. Hij is nog slechts op enkele plekken in Nederland te vinden, dus een schaarse broedvogel. Niet alleen in Nederland maar ook in de ons omringende landen gaat de Europese Kanarie in aantallen achteruit. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het steeds vaker ontbreken van de juiste onkruidvegetatie.

Europese Kanarie

EUROPESE KANARIE

Na een klein verkenningsrondje parkeer ik mijn auto keurig evenwijdig aan het hek langs de smalle weg. Ik heb tot ongeveer 09.00 uur want dan komen de “strandjoggers” en “hondenuitlaters”. Vanwege die drukte is het voor mij dan niet meer interessant om langer te blijven staan. Het raampje gaat open, de rijstzak op de deurportier en als laatste mijn camera er bovenop. Laat die kanarie maar komen. Na een half uurtje wachten zie ik voor het eerst een duidelijke gele stuit vliegen tussen een groepje kneutjes. De gele stuit is overigens een duidelijk herkenningsteken ten op zichten van bijvoorbeeld de sijs. Eindelijk, de vogel gaat op een plek zitten waar ik hem, want is het mannetje, kan vereeuwigen. Maar net op het moment dat ik af wil drukken staat er een alleraardigste mevrouw met een Belgisch accent naast de auto en vraagt: ”Wat bent u aan het fotograferen meneer?”. Door mijn concentratie en focus op de vogel heb ik deze mevrouw niet aan zien komen wandelen, ik schrik mij een ongeluk en de kanarie ook, weg vogel, weg eerste poging.

Europese Kanarie

EUROPESE KANARIE

Gelukkig duurt het niet lang of de groep kneutjes met de Europese kanarie in haar gelederen land weer redelijk in de nabijheid van de auto in de struiken. Ik ga alvast klaar zitten voor poging twee. Eerst nog even de boer op zijn knerpende en piepende oude fiets voorbij laten en het feest kan beginnen. En het wordt groot feest. Een fietser met een hondenkarretje komt mij tegemoet en alhoewel mijn auto pontificaal en moederziel alléén langs de weg staat en mijn cameralens uit het raam steekt heeft de beste man mij schijnbaar niet gezien. Ter hoogte van de auto tilt de man zijn billen op en laat een keiharde scheet, je weet wel, zo’n hele luide. Precies op het moment van deze oerknal ziet de man mij zitten en roept als hij reeds tien meter is doorgefietst nog “sorry, sorry, sorry” om zich te excuseren. Even dacht ik dat in het weiland aan de overkant van de weg een gaskanon afgeschoten werd om de ganzen te verjagen. Maar het was toch echt die ene fietser. Noch half verbijsterd van het aantal door de fietser geproduceerde decibels probeer ik mijn fotoconcentratie weer op te pakken. Gelukkig de Europese kanarie is snel weer ter plekke en ik kan nog een paar mooie beelden maken. Wat een “knalfeest”.

KNRM De Cocksdorp

Naar de bakker.

 

Het is vroeg in de ochtend als ik al fris en fruitig naast mijn luxe caravan bed sta, om vervolgens met een ferme ruk de rits van de tentdeur naar beneden te trekken en mijn hoofd buiten de voortent van de caravan te steken. Ik probeer met een blik van een ervaren meteoroloog het weer van vandaag te voorspellen. Echter het blijft bij een blik. De zon probeert al heel voorzichtig achter de horizon vandaan te komen terwijl ik een stoel voor de tent grijp om even op te zitten om mijn oude afgetrapte sportschoenen aan te trekken. Als mijn schoenen aan zijn leun ik even achterover in mijn stoel om de boerenzwaluwen na te kijken. De boerenzwaluw is een echte boerenlandvogel en maakt graag zijn nesten in boerenschuren. Ze zijn al druk aan het foerageren en maken als ware luchtacrobaten de raarste capriolen.

 

De campingstoel knarst en piept als ik met mijn robuuste edoch atletische lichaam uit de stoel omhoog kom. De koeien in de wei achter onze caravan denken er het zijne van. Tussen de koeien zie ik ook gelijk mijn tweede vogelsoort van vanmorgen heen en weer dribbelen; de witte kwikstaart. Deze kwikstaart is veel te vinden op het platteland en dus ook vaak zoals nu tussen de poten van koeien op zoek naar insecten en larven. Ook de witte kwikstaart broed net als de boerenzwaluw graag in boerenschuren.

Witte Kwikstaart

WITTE KWIKSTAART

Ook op dit boerenbedrijf staan een paar schuren op het erf. Boven op de hoogste schuur zit in het ochtendzonnetje soort drie van hedenochtend op de nok van de schuur; de houtduif. De houtduif is de grootste duif van Nederland. Een verdieping lager in het zelfde ochtendzonnetje en op het zelfde schuur dak noteren we ook direct maar even de Turkse tortel. Turkse tortels zijn bijna altijd met zijn tweeën. Echter dit exemplaar is moederziel alleen.

 

Opeens wordt mijn aandacht getrokken door een luid miauwend geluid. De algemeenste roofvogel van Nederland verschijnt ten tonele. In de verte net boven of net achter de duinen vliegt een buizerd. Buizerds zijn er gevarieerd van kleur dit is een donkere variant, maar er worden ook wel bijna witte waargenomen. De buizerd heeft zich inmiddels ook op de Waddeneilanden gevestigd. 

Kleine Mantelmeeuw

KLEINE MANTELMEEUW

De buizerd verdwijnt achter de duinen uit het zicht. Ik sta nog omhoog te kijken en ik verwelkom enkele overvliegende zilvermeeuwen. Even verderop in het land zit een andere meeuwensoort, de kleine mantelmeeuw. Deze meeuwensoort leeft vooral aan de kustgebieden en in toenemende mate ook in het binnenland. Op de Waddeneilanden is het een algemene broedvogel. Zij broeden net als de meeste meeuwensoorten in een kolonie.

 

Inmiddels sta ik alweer een kwartier te lummelen en dat terwijl de plaatselijk bakker vanmorgen nog veel vroeger zijn best heeft gedaan om een paar heerlijke broodjes voor ons te bakken. Dus ik stap snel op mijn fiets, de broodjes zullen al wel koud zijn. 

Boerenschuur

Wereldreis in Nederland.

De afgelopen jaren maakten we mooie vakantiereizen naar onder andere Zuid-Afrika, Namibië, Botswana, Zimbabwe, Costa Rica, Madagaskar en Mauritius. Voordat Corona haar intrede deed hadden we al besloten om het dit jaar dichter bij huis te zoeken. En dichter bij huis is uiteindelijk ons favoriete Waddeneiland Texel geworden. Twee weken kamperen op minicamping “Boerderij De Duinen” nabij de Cocksdorp onder de rook van de Texelse vuurtoren Eierland. Deze is vernoemd naar het voormalige eiland Eierland. De vuurtoren is door zijn rode kunststof beschermlaag bij helder weer zichtbaar tot aan Terschelling, Harlingen en Den Helder.

 

We zijn vanmorgen niet ultra vroeg vertrokken want we kunnen vanmiddag pas na drie uur terecht op de camping en tenslotte is het vakantie, dus rust is geboden. De reis verloopt soepel, wel enkele vertragingen door wegwerkzaamheden rond Amsterdam maar dat mag de vakantiepret niet drukken. Uiteindelijk komen we aan bij de veerdienst van de TESO (Texels Eigen Stoomboot Onderneming) in Den Helder. Deze veerdienst vaart al vanaf 1907 tussen Texel en Den Helder.


Kokmeeuw

KOKMEEUW

We sluiten onze combinatie van auto en caravan aan in de rij en we noteren direct onze eerste vogelsoorten. Vakantie op Texel betekend natuurlijk ook een soortenlijst bijhouden en dat start bij de boot. Als eerste wordt de kokmeeuw genoteerd, een geringd exemplaar land naast ons op de railing van het parkeerterrein. Alhoewel de kokmeeuw sterk afgenomen is in Nederland is hij nog steeds talrijk aanwezig. In het voorjaar en in de zomer heeft de kokmeeuw een chocoladebruine kopkap. Na enige tijd maar vooral omdat de vogel in de gaten heeft dat er bij ons niets valt te halen kiest hij ervoor om zijn geluk elders te gaan beproeven.

Grote Stern

GROTE STERN

De overtocht verloopt voorspoedig en al snel “zetten we voet aan land” op Texel. Ik stel gelijk voor om niet via Den Burg en Zuid-Eierland naar De Cocksdorp te rijden, maar de route langs de waddenkust te nemen via Oudeschild en Midden-Eierland. Helaas is de “reisleidster” gedecideerd en onverbiddelijk. Ze heeft mijn plannetje om direct langs het Wagejot te rijden om bij de kolonie grote sterns (vorig jaar 6.800 broedparen) te kijken direct door. Dus ook de koningseider die daar al een tijdje rond zwemt kan ik nog niet door strepen van mijn wenssoorten lijstje voor deze vakantie.

 

Na enige tijd draaien we het erf van de boerencamping op. Eerste prioriteit heeft nu onze mobiele uitvalbasis voor twee weken vogelen en fotograferen te installeren en dan kan het grote genieten beginnen. Wordt vervolgd.

TESO Texel

De liefde voor “mijn" hek in de polder.

Als hobby natuurfotograaf trek je er te pas en te onpas op uit om te doen wat je leuk vind in de natuur, fotograferen. Ikzelf rij graag met de auto de Arkemheen polder bij Nijkerk in, een klein half uurtje rijden van mijn huis en je waant je in een oase van rust. Zo ook deze middag, het is half bewolkt en er staat een klein briesje maar het is droog. Dus ik verzamel mijn fotospullen bij elkaar en trek er op uit. Het er op uit trekken staat gelijk aan het uitrukken van de brandweer. Zijn mijn geheugenkaarten leeg? Zijn mijn accu’s opgeladen? Zo ja, klaar voor vertrek. Het enige wat er aan scheelt is dat mijn auto niet achteruit ingeparkeerd op de oprit staat.

Grutto

GRUTTO

Eenmaal gearriveerd in de polder doe ik de autoradio uit en “draai” ik de portierraam naar beneden. Het geluid van twee grutto’s die elkaar in de haren vliegen en een super alerte kievit want zijn/haar eerste pullen lopen tussen het gras komt je direct tegemoet. Ook de tureluur laat zich niet onbetuigd en begroet mij in het voorbij vliegen met een salvo van zijn bekende alarmroep.

Ik rij nog een stukje door alvorens ik mijn auto parkeer met het licht in mijn rug aan de rand van het smalle weggetje. Eenmaal geparkeerd sta ik op ongeveer tien meter afstand van mijn lievelingshek, “mijn" houten hek in de polder. Van zo’n hek kun je zeggen dat het hek maakt dat de soppige grond er omheen polder genoemd mag worden. Ik ga “haar” nog net niet vergelijken met een mooie vrouw alhoewel de rondingen van “mijn" hek er wel heel erg dichtbij komen.

Inmiddels ligt mijn rijstzak op de rand van het portier van de auto en heb ik mijn camera er pontificaal bovenop gedeponeerd. Het geheel moet stevig liggen want beweging, dus onscherpte is funest voor mooie foto’s. Vorig jaar heb ik ook staan posten op deze zelfde plaats toen was het al juni en waren de jonge boerenzwaluwen al uitgevlogen. Zo ver is het nu nog niet maar ik wil goed voor bereid zijn als het wel weer zover is. Vorig jaar was ik namelijk ontevreden over mijn genomen foto’s dus ik heb er dit jaar een projectje van gemaakt. Vandaar ook dat ik nu al ga kijken hoe we er voor staan. En of de boerenzwaluwen zich al willen laten portretteren.

De boerenzwaluwen zijn uiteraard aanwezig ze scheren over de sloot en langs de auto in hun jacht naar insectjes, heel af en toe pauzeren ze even, maar de snelheid waarmee dit gaat mag je geen pauze noemen. Terwijl ik de zwaluwen zit te volgen fladdert er ineens wat in mijn linkerooghoek. Het is een geel vogeltje en hoe gek ook, mijn eerste gedachte gaan uit naar een kanarie. Gelukkig land de gele schicht even op de grote paal van “mijn" hek. Het is een vrouwtje van de gele kwikstaart, zo snel als ik kan kijk ik door mijn zoeker, stel scherp en druk af. Voordat ik kon nadenken over een betere afstelling of compositie was de “gele schicht” net zo snel als het gekomen was weer vertrokken.

Ik pak mijn camera van de rijstzak om te kijken hoe de foto’s geworden zijn. Voordat ik ze goed en wel bekeken heb zit er alweer een andere vogel op de punt boven op het hek. Snel mijn camera weer op de rijstzak en afdrukken maar weer, achteraf blijkt dat het een graspieper is geweest die ook even een bezoekje bracht aan “mijn" hek.

Spreeuw

SPREEUW

Even is het rustig rondom “mijn" hek. Onze Nationale vogel de grutto scharrelt op zoek naar wormen of anders eetbaar rondom het hek in het half lange groene gras. De vogel is totaal niet schuw, kijkt een keer op naar de auto, ziet mij zitten en denkt er waarschijnlijk het zijne ervan.
 
De spreeuw is de volgende vogel welke een poging doet om op “mijn" hek te gaan zitten. Krijsend van opwinding strijkt hij neer op het de punt van het hek. Even kijkt de spreeuw naar de grutto beneden hem in het gras om vervolgens zijn pad weer te vervolgen. Het hek is weer helemaal leeg.

Eindelijk gaat er een vogel zitten daar waar ik hem graag wil hebben. Bovenop “mijn" hek waar uiteindelijk trapsgewijs de jonge boerenzwaluwen moeten komen te zitten als ze gevoerd worden door hun ouders, het moment waarop ik ze wil vereeuwigen, maar helaas, het is geen boerenzwaluw. Het is de slanke witte kwikstaart welke lucht heeft gekregen van hetgeen er allemaal rond “mijn" hek gebeurd. Hij heeft mooi overzicht over de polder, en ziet dat het goed is, om vervolgens in zijn bekende sierlijk glijvlucht weer de polder in te verdwijnen.

Na een paar uurtjes posten en nadat ik van het thuisfront via WhatsApp te horen heb gekregen dat de tomatensoep staat te pruttelen op het fornuis en de broodjes in de oven liggen gaat ook op het laatste moment de boerenzwaluw nog even op “mijn" hek zitten. Ik schiet nog snel even een paar beelden alvorens ik begin met het opruimen van mijn spullen.

Helaas, voor vandaag zit het er weer op. Ik start mijn auto kijk in mijn spiegels en stuur mijn mobiele vogel schuilhut met een ferme ruk aan het stuur weer de weg op. Voordat ik definitief het gaspedaal in druk kijk ik nog even heel verliefd links over mijn schouder naar “mijn" hek in de polder, haar achterlatend in al haar schoonheid. 

Hek in de polder